Ton Roeten, Flight Safety Officer bij SAA

Als Flight Safety Officer bij Stella Aviation Academy probeer ik studenten iets van mijn ervaring mee te geven. Ik wil ervoor zorgen dat ze de opleiding niet verlaten als een soort operator die keurig het vliegtuig kan bedienen alsof het louter electronica is. Ik probeer ze meer mee te geven dan wat de burgerluchtvaart, met alle procedures, van ze vraagt. Ik wil ze vormen tot piloot. Gevoel meegeven voor het vliegen, dat gaat veel verder dan de handelingen uitvoeren volgens de regels.

Daarbij grijp ik geregeld terug naar mijn eigen vliegloopbaan van tientallen jaren bij de Koninklijke Luchtmacht. Ik put graag uit mijn praktijkervaringen in kisten als de Fokker S-11, Harvard IIB, T-33, F84F Thunderstreak, F-104 Starfighter, Hunter 7,  Fokker S-14,  Northrop Freedom Fighter NF-5 en de F-16. Natuurlijk is het leuk om te vertellen over mijn mooie tijd in de NF-5 en over mijn Top Gun opleiding, maar ik vind het vooral belangrijk dat de studenten meekrijgen dat je geen supermens hoeft te zijn om piloot te worden, maar dat het aankomt op de passie voor het vak, op 200 procent inzet, op voortdurend bijleren, op de ‘drive’ om elke landing tot de allerbest te willen maken. 

Die passie hangt nauw samen met het plezier in het vliegen zelf, ik heb die zelf met mijn 15.000 vlieguren nog steeds. Natuurlijk, het is bloedserieus en ik wil dat mijn studenten veiligheid altijd voorop stellen, maar de lol van het vliegen zelf is een cruciale drijfveer voor goede piloten. Het is de uitdaging van snelheid, de reactie op onverwachte gebeurtenissen, de manier waarop je die veilig oplost. Dat betekent dat je moet leren een steile bocht te maken volgens de procedures, maar ook moet je in staat zijn direct, zonder nadenken die bocht te maken als het vereist is. Dat leer je alleen als je je werkelijk één voelt met je vliegtuig. Daarom leer ik studenten ook dingen die niet strikt tot het lesprogramma behoren, zoals een ‘hoge bocht’, een bijzondere manoeuvre die in bijzondere situaties belangrijk kan zijn, maar ook iets dat een goed gevoel van de piloot vereist.

Als ik vandaag weer de lucht in ga met een wat meer ervaren student, dan komt er een moment dat ik plotseling het gas dicht trek en roep ‘engine failure, noodlanding’. Sommige studenten gaan dan druk in de weer met checklists en procedures. Wat ik ze wil bijbrengen is dat ze eerst blijven vliegen, dat ze veiligheid voorop stellen, dat ze een goed gevoel krijgen voor hun verantwoordelijkheid en voor wat urgent is en wat niet. Ze moeten controle krijgen over de situatie. Dan komen die checks soms op de tweede plaats. Dat is voor mij het verschil tussen een soort ‘operator’ opleiden en een echte piloot afleveren.

Ik vind het nog altijd geweldig om mijn passie over te brengen op de studenten, van wie ik er inmiddels zo’n 500 heb getraind. Pas heb ik een student onder mijn hoede genomen wiens ontwikkeling wat leek te stagneren. We zijn een paar uur gaan vliegen en ik zag hem opklaren. Hij was meer bezig geweest met de dingen die hij nog niet onder de knie had dan met vooruit kijken. Na een tijdje kwam de glimlach terug op het gezicht. Hij heeft inmiddels met succes het Commercial Pilot License examen en het instrument examen ‘single engine’ gedaan. Het plezier in de cockpit, dat maakt goede piloten! Hun resultaat is mijn beloning!